Beurs heeft slechtste dag in 19 maanden, Buffett adviseert 65-jarige met $800.000
De Amerikaanse aandelenbeurs kreeg een stevige tik en een 65-jarige met 800.000 dollar zag ongeveer 21.000 dollar in één dag verdampen. Warren Buffett heeft een eenvoudige test om paniekverkopen te voorkomen.
Wat er gebeurde
De S&P 500 verloor 4,4% op donderdag. De Nasdaq 100 daalde 6,5%. Voor iemand van 65 met 800.000 dollar en 60% in aandelen betekent dat een verlies van ongeveer 21.000 dollar in één dag.
Warren Buffett reageerde op soortgelijke paniek in 2008. Hij schreef dat hij aandelen kocht en voegde toe dat hij niet kon voorspellen waar de markt over een maand of een jaar staat. Zijn aankoop was eerst verliesgevend. De S&P 500 indexfondsprijs zakte daarna nog eens 27% tot 68,11 dollar in maart 2009. Een jaar na zijn aankoop stond dat fonds 16% hoger, vijf jaar later 86% hoger en sinds die aankoop uiteindelijk 682% hoger, exclusief dividenden.
Dergelijke grote dagelijkse dalingen zijn vaker voorgekomen sinds eind 1999. Na de andere 45 gevallen was het fonds na één jaar 39 keer hoger en 6 keer lager. De typische winst na een jaar was 25%. Het slechtste een-jaarsresultaat was een verlies van 16%. Na zes maanden was het fonds in 33 van de 45 gevallen hoger. Na één maand was het in 29 gevallen hoger en in 16 gevallen lager.
Er is echter een belangrijke kanttekening. Grote dalingsdagen clusteren. Zestien van de 45 gebeurden in de herfst van 2008 en negen in de eerste helft van 2020. Als je alleen naar de eerste 4% daling van elke selloff kijkt, zijn er 11 gevallen. Daarvan stond de markt een jaar later 7 keer hoger. De vier mislukte gevallen vielen tussen 2000 en 2008. Alle zeven successen sinds 2011 waren positief na een jaar.
Buffett adviseert ook een specifieke verdeling voor nalatenschap. Hij schrijft dat 90% in een goedkoop S&P 500 indexfonds en 10% in kortlopende staatsobligaties moet. Die 10% is er niet voor rendement maar om te voorkomen dat iemand in een week als deze aandelen moet verkopen om rekeningen te betalen.
Het artikel rekent het voorbeeld door. Na de daling is het aandelendeel ongeveer 458.800 dollar waard en het totale vermogen ongeveer 778.800 dollar. Aandelen vormen dan 58,9% van het geheel. In een 60/40-plan betekent dat dat je ongeveer 8.500 dollar moet kopen om weer bij die verdeling te komen. Als er maandelijkse uitkeringen uit het vermogen komen, kan je die tijdelijk uit obligaties en cash halen, zodat je geen aandelen verkoopt terwijl ze laag staan. Kortlopende Amerikaanse staatsobligaties leveren momenteel ongeveer 4,2% en een maandelijkse Social Security van 2.800 dollar geeft 33.600 dollar per jaar. Dat kan veel huidige bestedingen dekken zonder aandelen aan te spreken.
Het stuk sluit af met het praktische advies dat verkopen soms logisch is. Als iemand bijna alles in aandelen had en door de daling veel slaap verloor, dan was de allocatie al verkeerd voordat de daling begon. Dat los je niet in paniek op één slechte dag maar met een plan over weken.
Waarom dit telt
Voor beleggers laat dit zien dat hevige dagverliezen vaak niet het einde zijn, maar ook dat de timing kan pijn doen. Een buffer in liquide middelen of obligaties voorkomt dat je gedwongen moet verkopen tijdens een dip.
Waar je op kunt letten
- Hoeveel van je jaarlijkse uitgaven al gedekt zijn door cash en obligaties.
- Of maandelijkse opname van het belegde vermogen tijdelijk uit obligaties kan komen in plaats van uit aandelen.
- Of je allocatie overeenkomt met je comfort bij grote marktdalingen.